HABZ

Herregistratie Artsen Bij Ziekte

Inleiding

Per 1 januari 2018 is een nieuwe regel binnen de wet-BIG geëffectueerd. Dit betekent dat artsen, indien zij langer dan 2 jaar niet praktiserend zijn, of onvoldoende uren hebben gewerkt, worden uitgeschreven uit het BIG-register. De wet-BIG is aangepast om niet-functionerende en/of langdurig niet-praktiserende artsen uit het register te halen. Het kwalijke bijeffect van de maatregel is dat artsen die langdurig ziek zijn, niet kunnen re-integreren omdat zij niet alleen hun specialistenregistratie verliezen, maar ook hun registratie als basisarts kwijtraken. 

Naar aanleiding van een artikel in Medisch Contact hebben artsen zich verenigd in het actiecomité Herregistratie Artsen bij Ziekte (HABZ). We hebben als doel het aanpassen van de regels voor her- en BIG-registratie. Een zieke dokter is immers niet per definitie een slecht functionerende dokter. Inmiddels hebben zich meer dan 80 artsen aangesloten. Allen zijn door zeer uiteenlopende ziektegeschiedenissen in de problemen gekomen met hun registratie. Zo zijn er voorbeelden van artsen die vanwege kanker langere tijd chemotherapie moesten ondergaan en daarna weer wilden werken, maar bij wie de 2-jaarstermijn is verstreken. Ook zijn er voorbeelden van artsen met een chronische ziekte, die na enige tijd wel weer wat werkzaamheden kunnen oppakken, maar tijdens de re-integratieperiode niet voldoende uren konden maken voor hun herregistratie. Ten aanzien van de ureneis bij herregistratie ontstaat voor velen een dilemma, doordat de uren die niet zijn gewerkt in de periode van ziekte moeten worden ingehaald om tot de gemiddelde ureneis te kunnen komen. Dit is vaak in strijd met een normale re-integratie na ziekte. 

In gesprek met de verschillende betrokkenen is het opvallend hoe groot de wens is om te blijven werken als arts en hoeveel moeite men zich daartoe troost. Bij een enquête onder onze leden, blijkt dat alle collega’s zich ervan bewust zijn dat een langere tijd niet praktiseren kan betekenen dat de kennis niet op elk vlak up to date kan zijn. Alle artsen zijn bereid zich toetsbaar op te stellen bij re-integratie na langdurige ziekte. Wij pleiten voor regelgeving waarbij artsen die langere tijd ziek zijn op individuele basis worden beoordeeld op hun functioneren, en dat daarbij gekeken wordt naar toekomstige mogelijkheden in plaats van beperkingen.

Uiteenzetting problematiek

De eisen voor herregistratie zijn sinds 1 januari 2018 als volgt geformuleerd: 

  1. De arts dient de werkzaamheden in voldoende mate hebben uitgeoefend, waarbij deze niet langer dan 2 jaar aaneengesloten onderbroken zijn.
  2. De arts dient de in voldoende mate te hebben deelgenomen aan geaccrediteerde deskundigheidsbevorderende activiteiten

In samenvatting zijn de belangrijkste problemen waar zieke artsen tegen aanlopen bij de herregistratie in de nieuwe wet-BIG:

  1. Als een arts door ziekte onvoldoende uren heeft kunnen werken of 2 jaar aaneengesloten niet kon werken wegens ziekte, verliest hij/zij niet alleen de RGS-registratie, maar ook meteen de BIG-registratie. 
  2. Bij re-integratie wordt verwacht dat de gemiste uren worden ingehaald, om aan de minimale gemiddelde norm van 8-16 uur per week gedurende 5 jaar te voldoen. 
  3. Tijdens ziekte bestaat vaak niet de mogelijkheid tot het behalen van voldoende nascholingspunten

Om bij verlies van de BIG registratie weer als BIG-geregistreerd arts te worden ingeschreven moet een deel van de geneeskunde opleiding met bijbehorende tijdsinvestering en kosten opnieuw worden gedaan. Het wrange daarbij is dat niet naar individuele mogelijkheden en capaciteiten wordt gekeken. Dit wringt omdat een medisch specialist met ervaring vaak wel de benodigde kennis nog heeft van zijn vakgebied, maar niet meer van alle zaken die in de geneeskundestudie aan de orde komen. Deze regels versterken het verlies en verdriet van artsen in plaats van dat ze leiden tot spoedig herstel en re-integratie. Daarnaast zijn gelijkgestelde werkzaamheden, denk aan taken in de opleiding geneeskunde, taken in bestuur van wetenschappelijke verenigingen of werkzaamheden als basisarts vaak alleen mogelijk met BIG registratie. Als een arts besluit dat door ziekte werken als huisarts of medisch specialist niet meer mogelijk is en de BIG registratie is verlopen vervallen deze opties vaak ook. 

Waarom is actie nodig? 

  • Ziekte is niet planbaar en geen reden voor sancties. 
  • Iemand die plant om 2 jaar niet te werken, kan onder de regels 3 jaar aaneengesloten fulltime werken en zo de registratie-eis halen. Een gezonde dokter mag dus wèl 2 jaar niet praktiseren.
  • Het betreft niet alleen een individueel belang, maar ook een maatschappelijk belang om de kennis van deze beroepsgroep niet verloren te laten gaan voor de maatschappij.
  • Net afgestudeerde artsen krijgen vijf jaar de tijd om zich in te schrijven in het BIG-register. Bij onervaren artsen wordt een werkonderbreking van vijf jaar dus geaccepteerd, waar specialisten, lees ervaren artsen aan strengere normen moeten voldoen.
  • EU-landen om ons heen hanteren andere, meer redelijke herregistratie-eisen bij langdurige ziekte waarbij een individueel traject mogelijk is.

Voorbeeldcasus

Huisarts, 41 jaar  

Sinds 3,5 jaar is deze huisarts niet meer werkzaam door myastenia gravis. In maart 2016 is zij ternauwernood geherregistreerd. Sindsdien heeft zij niet meer kunnen werken. Zij is 100% afgekeurd en heeft een IVA-uitkering. Per maart 2021 verliest zij haar huisartsregistratie en wordt zij uitgeschreven uit het BIG-register. Myastenia gravis kan in de loop van de tijd sterk verbeteren, waardoor zij mogelijk weer enkele uren kan werken als arts. Zij is dan echter uitgeschreven uit alle registers. Re-integratie is moeilijk, omdat zij nu geen baan heeft om in terug te keren. Het terugkrijgen van haar BIG-registratie is een grote investering in energie en geld. Het is niet zeker of het gaat lukken om daadwerkelijk 8 uur per week te werken, waardoor onzeker wordt of deze investering de moeite waard is om aan te beginnen. 

Mogelijke oplossingen: 

Bij re-integratie tijdens de herregistratie

  • Verwijder de harde grens van 2 jaar uit de wet BIG.
  • Hanteer de uren en scholingsnorm minder strikt in geval van ziekte, door bijvoorbeeld deze norm niet te laten gelden voor de ziekteperiode.
  • Toets in de praktijk of de arts in kwestie na een lange ziekteperiode nog voldoende vaardigheden en kennis heeft om in de praktijk te kunnen functioneren.
  • Accepteer een periode om op een gezonde manier te kunnen re-integreren waarbij niet fulltime gewerkt hoeft te worden. Zorg bij reintegratie dat er geen uren hoeven worden “ingehaald” om aan de herregistratie-eisen te voldoen. Stel dat het een chronisch zieke arts lukt om de laatste 2 jaar opbouwend te werken, aanvankelijk 2x2 uur per week, tot gemiddeld 16 uur per week, dan is dat lager dan de gestelde gemiddelde urennorm. Kijk naar een mogelijkheid om diens registratie te behouden en schrijf de arts niet uit het register. Anders krijg je de situatie dat de ene dag iemand werkt en voldoet aan alle eisen, en de volgende dag wordt uitgeschreven en helemaal niet meer verder mag werken.
  • Faciliteer hulp bij het maken van een plan en accepteer tijdens die periode dat niet aan alle herregistratie-eisen worden voldaan.
  • Betrek een gespecialiseerde bedrijfsarts bij de re-integratie. De bedrijfsarts kan vanuit een neutrale positie de belangen rondom de integratie van de herstellende arts in combinatie met de eisen van een functie goed inschatten. Dit verhoogt de kans op een geslaagde re-integratie.
  • Faciliteer re-integratieplaatsen. In de dagelijkse praktijk blijkt het voor artsen lastig te reïntegreren omdat de arbeidsomstandigheden maximale inzet vragen. Dit creeert kansen zodat zieke/herstellende artsen aan de herregistratie-eisen kunnen voldoen en kunnen herregistreren. Bundel de expertise op dit gebied, bijvoorbeeld binnen de KNMG.
  •  Onderzoek de mogelijkheden tot een geclausuleerde herregistratie. Tijdens de periode dat de geclausuleerde herregistratie geldig is, kan de arts re-integreren en zijn geschiktheid bewijzen.

Bij re-integratie na de herregistratie-cyclus

  • Beoordeel iedere arts individueel ten aanzien van de benodigde bijscholing. Denk hier bijvoorbeeld aan een korte beoordelingsperiode, waarbij de arts in kwestie met een opleider meeloopt. De opleider beoordeelt of aan alle eisen wordt voldaan. Indien dat niet het geval is, kan een plan gemaakt worden om de kennis op peil te krijgen. Tijdens de basisopleiding hebben opleiders ook de bevoegdheid om te besluiten of een co-assistent geschikt is om als arts aan het werk te gaan.
  •  Accepteer een periode om op een gezonde manier te kunnen re-integreren waarbij niet fulltime gewerkt hoeft te worden. Faciliteer hulp bij het maken van een plan en accepteer tijdens die periode dat niet aan alle herregistratie-eisen worden voldaan. 
  • Betrek een gespecialiseerde bedrijfsarts bij de re-integratie. De bedrijfsarts kan vanuit een neutrale positie de belangen rondom de integratie van de herstellende arts in combinatie met de eisen van een functie goed inschatten. Dit verhoogt de kans op een geslaagde re-integratie.
  • Bundel kennis en expertise rondom re-integratie van artsen alsmede het zoeken naar alternatieve werkzaamheden binnen het werkveld, wanneer dit nodig is. Zieke artsen die hun eigen vak niet meer kunnen uitoefenen, kunnen hun expertise nog wel elders inzetten.
  • De eisen om nevenfuncties of gelijkgestelde werkzaamheden binnen de geneeskunde uit te oefenen vraagt op dit moment vaak een BIG-geregistreerd arts. Ondanks een ziekte kan het zijn dat nevenfuncties ingevuld kunnen worden, deze zijn vaak minder veeleisend als de taken in de dagelijkse artsenpraktijk. Bekijk de mogelijkheden om met nevenfuncties danwel gelijkgestelde werkzaamheden de BIG-registratie te kunnen behouden, anderzijds zouden voor werkzaamheden rondom het vak andere eisen kunnen gelden.

Wij willen u bij deze bedanken voor de aandacht voor onze problematiek en wijzen op het feit dat artsen zich na een periode van ziekte maar al te graag toetsbaar opstellen om daarna weer binnen de mogelijkheden op een kwalitatief hoogstaande manier een bijdrage te leveren aan onze gezondheidszorg.